Kleurstelling
SS locomotieven 1865-1921
Door: M. Kastelijn, MK Modelbouwstudio’s
In de volgende beschrijving heb
ik getracht een overzicht te maken van de kleurstelling van Staatsspoor
locomotieven door de jaren heen. Na lange tijd van zoeken in diverse
verzamelingen en archieven ben ik er niet in geslaagd eenduidige voorschriften
betreffende de kleurstelling van SS locomotieven te vinden. De weinige regels of
voorschriften die wel gevonden werden lijken soms door foto’s tegengesproken
te worden.
Als richtlijn zijn o.a. de
machines in het spoorwegmuseum, een aantal artikelen o.a. uit het NVBS maandblad
“op de rails” en vooral veel foto’s en zelfs schilderijen uit SS tijd
aangehouden.
Zoals vermeld is het tot op
heden niet gelukt een exemplaar van het SS schilder- en onderhoudsvoorschriften
voor locomotieven te vinden. Zekerheid dat dit voorschrift bestaan heeft is er
niet maar aangezien er wel een exemplaar voor het overige materieel is gevonden,
is het bestaan ervan wel aannemelijk. Mocht u meer informatie hebben dan horen
wij dit graag van u.
Onduidelijke onderdelen
Er bleven twee hoofdvragen over die helaas niet met foto’s bevestigd
kunnen worden wegens het gebrek aan foto’s van locomotieven in bedrijf uit die
periodes en beperkte gevoeligheid voor bepaalde kleuren bij oude zwart wit
foto’s. Statiefoto’s geven meestal een vertekend beeld omdat men de
locomotief in kleuren met een duidelijker contrast schilderde.
De eerste en belangrijkste
onduidelijkheid is de vraag of de SS na invoering van het appelgroen (1881) ook
de oudere locomotieven heeft voorzien van deze kleur. Naar mijn mening is dit
wel gebeurd. Daarvoor zijn een aantal argumenten te noemen:
Het is niet logisch om twee
verschillende lakken voor locomotieven te reserveren, dit zou in voorschriften
tot onduidelijkheid kunnen leiden. Men zou ruim veertig jaar twee kleuren in
gebruik dienen te hebben terwijl het donkergroen voor nieuwe locomotieven al
binnen twintig jaar verviel. Men werkte indertijd met kleurstalen die naar alle
schilderwerkplaatsen gestuurd werden. Verf werd ter plaatse aangemengd naar de
kleur van deze stalen. Hoogstwaarschijnlijk zijn op een bepaald moment de oude
stalen groen door nieuwe vervangen.
Uit een redelijk aantal foto’s
blijkt uit duidelijk contrast verschil dat oudere machines (bouwjaar voor 1881)
roodbruine tender frameplaten hebben gekregen. In het oorspronkelijke
kleurenschema van deze locomotieven behoren deze eigenlijk ook donkergroen te
zijn. Om nu wel de frameplaten van de nieuwe kleur te voorzien maar de rest niet
is niet erg waarschijnlijk.
Het tweede probleem is wat
minder belangrijk maar net zo onduidelijk; de kleur van de smalle biezen. De SS
locomotieven werden met zwarte banden afgezet die weer voorzien waren van een
dunne schaduwbies. Oorspronkelijk wordt hiervoor wit vermeld en ook de
locomotieven in het Spoorwegmuseum hebben deze kleur. Echter vanaf de SS 800 (NS
1700) staat hiervoor in sommige gevallen “geel” vermeld. Uit foto’s van
voor de eeuwwisseling blijkt deze dunne bies ook bij oudere locomotieven altijd
een iets donkerdere kleur te hebben als helder wit, o.a. uit contrast
verschillen met witte opschriften voor revisiedata en overhemden.
De vraag is dus of dit met geel
geen crème geel wordt bedoeld. Misschien was het een verschil in waarneming en
benaming voor dezelfde kleur omdat zowel geel als wit hierbij in de buurt komen?
Wij voeren alle modellen met witte biezen uit, het kleine verschil met crème is in model niet erg zichtbaar.
Kleuren van de biezen door de
jaren heen:
Deze werden in de loop der tijd wat gewijzigd. Getracht is deze in periodes
in te delen. Op elke regel zijn uitzonderingen en uit foto’s blijkt dan ook
dat in dezelfde periode meerdere varianten voor kunnen komen. In tegenstelling
tot het wijzigen van de hoofdkleuren van de machines is het biezenpatroon
meestal niet gewijzigd. Een locomotief uit 1870 kan dus wel in het appelgroen
met roodbruine frameplaten rijden maar heeft daarbij wel het oorspronkelijke
biezenpatroon en kleur!
Bouwjaar tot 1881
Ketelbanden zwart met aan de voorzijde een dunne witte bies van ongeveer
20mm breedte. Biezen op de zijwand van de loc en tender waren zwart met witte
schaduw bies. De plaats hiervan verschilde van een schaduwrand schuin onder de
zwarte bies of schuin boven de zwarte bies. Indien aanwezig waren ook het
buitenliggend frame en daarop aanwezige (tender) aspotten zodanig afgezet.
De bufferbalken waren rood waarbij de bufferbalk aan de voorzijde werd afgezet
met een zwarte bies en daarbinnen een dunne witte bies.
Bouwjaar 1881-1899
Het biezenpatroon bleef grotendeels gelijk. De dunne biezen om de
buitenliggende frames werden gewijzigd van wit tot rood. Het schaduw effect van
deze biezen verviel ook, de dunne bies volgde de zwarte bies volledig. Bij de in
1881 in dienst gestelde de serie NS 1300 waren ook de krukcenters en aspotten
voorzien van een zwarte bies met aan twee zijden een dunne rode bies
Tevens waren bij deze locs de wielen van een witte bies voorzien. Of deze in
praktijk ook werden aangebracht valt te betwijfelen. Ze zouden zeer snel
vervuilen en zijn lastig aan te brengen omdat de spatborden meer dan de helft
van de wielen bedekken. Op geen enkele mij bekende dienstfoto van SS
locomotieven zijn de wielen van witte biezen voorzien.
De ketelbanden werden volgens foto’s nog onveranderd zwart met aan één zijde
wit geschilderd. De SS 301 (NS 1300) in het spoorwegmuseum is voorzien van witte
biezen aan beide zijden van de ketelbanden. Ook dit is mij echter van geen
enkele foto uit SS tijd bekend.
Bouwjaar 1899-1921
In dit jaar werden de eerste locomotieven serie 1700 (SS 800) in dienst
gesteld. Ook deze weken weer iets af van het bestaande patroon van biezen. Alle
hierna in dienst gestelde SS locomotieven hadden voor zover bekend ook dit
biezen patroon. De ketelbanden werden hierbij zwart met aan één zijde een
dunne rode bies. De biezen op de tenderzijwand en machinistenhuis werden zwart
met aan elke zijde een dunne lichte bies (een beschrijving van dhr. de Pater in
“Op de rails” meld hierbij voor het eerst de kleur geel). Hiermee was ook
hier het schaduw effect komen te vervallen.
Alle randen van het machinistenhuis en tender werden voortaan afgezet met een
brede zwarte band welke aan de binnenzijde afgezet werd met een dunne rode bies,
verder bleef de beschildering gelijk aan die van 1881.
Kleurstelling van de
onderdelen:
Groen: +/- Ral 6010 “grasgroen” Benaming tot 1881
“donkergroen”, daarna “lichtgroen” (ook wel “appelgroen”):
Ketel (behalve de rookkast), buitenzijde machinistenhuis, tenderzij- en
achterwand, buitenliggende cilinders (vanaf 1881, daarvoor zwart), wielen,
buitenliggende frameplaten (tot 1881, daarna roodbruin), grond van de fabrieks-
en nummerplaten (tot 1881, daarna roodbruin).
Roodbruin (pas vanaf 1881
toegepast) Benaming: “kleur van carminette":
Buitenliggende frameplaten
en de grond van de nummer- en fabrieksplaten, buitenliggende aspotten voorzover
zichtbaar, juk en veren van bogie draaistellen, buitenliggende krukken.
Zwart:
Rookkast met schoorsteen (behalve de kroon), voetplaat en alle lager gelegen
delen (tenzij anders omschreven), achterzijde vuurkist, trekker en veer van de
veiligheid , veren (zowel boven als onder de voetplaat) behalve die van bogie
draaistellen, bufferbalken tussen loc en tender, deurtjes tussen loc en tender,
wielbanden, buffers (inclusief de bufferschijven van rangeerlocs, bij andere
locs bleven deze blank), voorzijde en binnenzijde van de tender, alle ijzeren
pijpen, dak aan de bovenzijde, opstaptreden, trek- en remwerk, lantaarnijzers,
alle niet bewerkte en verder benoemde delen, lantaarns (behalve de rand aan de
voorzijde en de ontluchter aan de bovenzijde), leuningen, gereedschapkist op de
tenderdiverse brede biezen.
Rood: Benaming:
“Vermillioen rood”
Bufferbalken, binnenframeplaten, steun tussen de frameplaten t.b.v.
binnenliggend drijfwerk, binnenzijde van het machinistenhuis behalve de
spatborden (zwart), diverse biezen vanaf 1899.
Staal (gepolijst)
Koppelstangen en drijfwerk, verticale handgrepen van het machinistenhuis,
handrail op de ketel en aan de voorzijde op de rookkast, ketelgrendels,
bufferschijven (behalve van rangeerlocomotieven), stalen delen in het
machinistenhuis, cilinderdeksels aan de voorzijde, scharnieren van de
rookkastdeur.
Messing
Letters en randen van de fabrieks- en nummerschilden, bekleding van de
veiligheid, dombekleding, brede buitenrand van de lantaarns, ontluchter op de
lantaarns, handwiel van de rookkast sluiting, injecteurs, bekleding van Knorr
pompen bij oververhitter locomotieven, smeerklepjes op aspotten, fluiten,
tenderbel, messing omlijsting van de ruiten in de brilplaat (bij sommige
machines ijzer en daarmee zwart), diverse leidingen.
Koper:
Rand van de beglazing in de lantaarns, leidingen van de injecteurs,
schoorsteenkroon.
Hout, gelakt:
Houten schuifruiten in de zijwand van het machinistenhuis.
Opschriften:
De locnummers waren geel. Deze werden aangebracht op de voorste bufferbalk
van de loc en midden op de achterzijde van de tender. Op de tender stond
“No.” Boven het nummer, in het midden van de achterwand. Bij
tenderlocomotieven stond “No.” Echter direct voor het nummer zoals ook op de
voorste bufferbalk het geval was. Dit nummer stond ongeveer 0,75m boven de
bufferbalk op de achterwand.
Overgenomen locomotieven:
Als laatste nog een aantal opmerkingen over overgenomen locomotieven. Uit
foto’s blijkt dat oud NRS machines bij de SS in het patroon van 1881 werden
beschilderd.
Oud NBDS machines werden
allemaal in het laatst genoemde SS kleurenschema overgeschilderd. Enkele
machines zullen slechts zeer korte tijd nog in het blauw hebben gereden.
Hiervoor kunnen twee oorzaken zijn. Of het kleurverschil en de jarenlange
problemen tussen de SS en NBDS was een reden of het NBDS materieel was in een
staat van wat achterstallig onderhoud. Als het laatste het geval was zullen de
meeste NBDS loc’s voor controle naar een SS werkplaats zijn gegaan waar ze ook
direct werden overgeschilderd.
Toch lijkt de eerste reden meer
aannemelijk. Men wilde snel van alle sporen van de “concurrent” af. Er zijn
dan ook een aantal foto’s bekend van NDBS locs met SS beschildering terwijl er
slechts een paar jaar tussen de overgang tot NS zat.. Zelfs de NDBS 119 (NS
4502) uit 1918 staat in 1920 in SS livrei op de foto zodat deze machine slechts
een jaar in het blauw heeft gereden. Achterstallig onderhoud zal hierbij niet
echt ter sprake zijn gekomen.
Oud NCS machines behielden wel
meestal hun oude kleuren tenzij ze voor overgang tot NS in een SS werkplaats
kwamen voor een grote revisie. Evenals bij de ex. NBDS locs werden er
voornamelijk geschilderde nummerplaten aangebracht met het oog op de aanstaande
fusie van SS en HSM.
Mocht u meer informatie en op-
of aanmerkingen hebben, dan horen wij dit zeer graag van u!
M. Kastelijn 2002