Functie van remhuisjes

In het begin van de spoorwegen waren bijna alle goederenwagens onberemd en werd er per ca. 5 wagens een wagen met remmer in een trein geplaatst. Deze remmer moest met de hand de remmen van de goederenwagen aandraaien als de locomotief daarvoor fluitsignalen gaf.
Het was een vrij nauwkeurig werk om hard genoeg te remmen. Als de remmen te snel te hard werden aangedraaid kon de koppeling breken, als met te langzaam remde stond de trein te laat stil. Voor de eeuwwisseling waren er zelfs wagens in dienst met houten remblokken die in brand konden vliegen als er te hard werd geremd…

De taak van remmer was alles behalve plezierig. Voor de eeuwwisseling kon hij plaats nemen op een open plaatijzeren stoel zonder beschutting tegen het weer. Nu reed een goederentrein toen maar een 30km/u maar een rit kon soms langer dan 10 uur duren… Dat dit wat te bar was werd ook door de “Raad van toezicht” gevonden (de spoorweg ARBO dienst uit die tijd) en vanaf ca. 1910 werden de open remstoelen en remhuisjes afgenomen. Het duurde echter nog tot 1932 voordat de taak van de remmer volledig verviel.

Rond de jaren twintig werd het standaard om het nieuwe goederenmaterieel van een automatisch remwerk te voorzien. Deze remmen reageren op luchtdruk in een pijp die vanaf de locomotief door de hele trein naar alle wagons liep. Wagens die geen remwerk hadden kregen daarvoor een pijp onder de wagen, de zogenaamde luchtleiding. 

Bij personentreinen was al het materieel hier al voor de eeuwwisseling van voorzien. Zolang er echter nog wagens waren die geen luchtleiding of remwerk hadden dat op deze luchtleiding kon worden aangesloten, bleef het noodzakelijk soms treinen “met de hand” te remmen. Om deze reden werden er tot in de jaren twintig nog wagens gebouwd met zowel een remhuisje als doorgaand remwerk. In 1929 was men echter al behoorlijk ver met het aanbrengen van luchtleidingen op alle onberemde wagens. Men zou in een paar jaar ook alle resterende wagens hiervan voorzien hebben. Men vond het dan ook niet nodig nog langer wagens met een remhuis te bouwen. Vanaf ca. 1925 komen erbij de NS dan ook geen nieuwe wagons meer in dienst met een remhuisje.

Tot op heden is niet duidelijk gebleken waarom er rond 1910 nog grote aantallen vierassige rijtuigen met remhuisjes zijn gebouwd. Bij de drieassers waren slechts zeer weinig rijtuigen van een remhuisje voorzien en in principe zouden deze ook niet noodzakelijk zijn voor vierassers omdat al de vierassige rijtuigen van automatisch remwerk waren voorzien. Wie heeft hier meer informatie over? 

Maykel Kastelijn 2003