Start Verf Producten H0 1:87 Producten 0 1:43.5 Grootbedrijf Nieuws Site navigatie

Omhoog
Info grootbedrijf
Tabellen
Info modellen
Foto pagina
Kleurstelling
Gesloten wagens
Veewagens
Groentewagens

Kleuren van het goederenmaterieel van de HSM en NS

De originele benaming voor de kleur van de goederenwagens is in de bestekken “Bruin”. Nader onderzoek op (nog) niet gerestaureerd museaal HSM materieel waaronder een postrijtuig uit 1914, een bagagewagen uit 1914 en twee gesloten goederenwagens uit 1879 en 1890 heeft als resultaat opgeleverd dat de kleur bij al dit materieel gelijk was en een duidelijk “normale” kleur bruin is en geen variant van roodbruin enz.

Goederenmaterieel:  Bruin, donkerbruin, soms ook wel roodbruin of bruinrood genoemd.
Koelwagens:               Wit
Dienstmateriee          Grijs
Onderstellen:              Zwart zover zichtbaar, overige grijs
Binnenzijde:                Grijs
Dak:                             De daken werden oorspronkelijk met zeildoek bespannen dat in dikke verfpap werd gedrukt. Daarna werd het meerdere malen bestreken met lijnolie en op het laatst werd in de laatste nog natte verflaag nog een laag fijn zand gestrooid. Deze verflaag was bij de HSM meestal okergeel maar ook wel steenrood(!).
Lantaarnijzers, handgrepen, trappen, sluitingen, looprails van de deuren, douane ogen en alle zichtbare delen van het onderstel worden zwart geschilderd.

Bij NS wijzigde enkel het bruin van de bak in donkergrijs. Daken werden vanaf de jaren dertig ook wel met bitumen gedekt was een grijze kleur heeft. Pas vanaf 1954 worden de eerste wagens opnieuw bruin, nu voor dienst in de Europ wagenpool. Enkele jaren later werden alle NS goederenwagens voortaan bruin geschilderd.

Opschriften bij de gesloten wagens van de HSM en NS

De opschriften van de HSM kende een wat magere structuur. Pas rond 1910 wordt er een duidelijke standaard opgesteld die later door de NS werd overgenomen. Bij materieel uit de periode ervoor zijn vaak evenveel afwijkingen te vinden als er wagens zijn. Soms logisch omdat er geen ruimte is voor een andere oplossing, soms wat minder duidelijk zoals verschillen in plaats van de opschriften bij nagenoeg identieke wagens.
Het meeste van de onderstaande richtlijnen is gebaseerd op tekeningen en foto’s. Foto’s zijn er helaas niet veel omdat het gebruikte oranje en daarvoor geel, op oude foto’s niet te zien is door de lage fotogevoeligheid van rood indertijd. Er zijn wel diverse tekeningen met de oorspronkelijk opschriften bewaard gebleven. Hieronder een overzicht waaruit de meest voorkomende plaatsing van de opschriften blijkt.

Opschriften op de bak tot 1906:

Het lettertype op de bak en de letters HSM met nummer op het onderstel was iets massiever als het later gebruikte lettertype wat ook bij NS gebruikt zou worden. Deze letters waren tot 1897 geel waarbij de opschriften op de bak waren voorzien van een zwarte schaduw. Na 1897 werd het geel voortaan oranje. De schaduw was daarbij inmiddels vervallen. Diverse statiefoto’s van Werkspoor tonen al vanaf 1894 wagens zonder schaduwletters. Of dit enkel bij de statiefoto’s het geval was en dat de wagens voor aflevering nog aangepast werden is niet bekend. Wel is op een HSM tekening uit 1897 bijgeschreven “schaduw vervalt” terwijl deze wel getekend staat. Op tekeningen van na 1900 is de schaduw dan ook niet langer getekend. Het is aannemelijk dat de schaduwletters vervielen bij het overstappen naar de oranje kleur voor de opschriften. Al deze grote letters waren 135mm hoog.

Diverse kleine opschriften op de bak waren meestal ook geel of later oranje, enkele zoals de tekst voor de plakbriefjes links op de wagen waren steeds wit. Afwijkingen kwamen voornamelijk bij het particuliere materieel voor. Hierbij werd in plaats van oranje ook wel rood of crème gebruikt, meestal in combinatie met zwarte schaduwrand.
Alle teksten op de stelbalken waren al vanaf het begin zonder schaduw uitgevoerd. Het lettertype van de witte teksten week af van de rest van de bak en was tussen 35 en 60mm hoog. 

Op de gesloten wagens stonden de volgende opschriften: op de deur stond “Holland, HSM, [wagennummer]” onder elkaar gecentreerd. Op de kopwanden bovenin beide hoeken stond het wagennummer. Bij wagens die geschikt waren voor dienst in sneltreinen stond eronder het opschrift “sneltreinwagen” op de deur. Op de kopwanden bovenin beide hoeken stond eveneens het wagennummer met schaduw letters.

Bij particuliere koelwagens werd het wagennummer op de zijwand meestal niet onder de initialen “HSM” aangebracht maar enkel in de linker en rechter bovenhoek van de wand. Op het plakbord werd soms de tekst “Van:” en “Naar:” onder elkaar aangebracht.

Op het onderstel stonden de wagengegevens. De volgorde was niet altijd even eenduidig. Er kwam ook veel verschil voor in letterhoogte en gebruik van hoofdletters. Soms werd van alle opschriften alleen de eerste letter als hoofdletter geschreven, soms ook het hele opschrift. Daarbij kwamen ook nog eens combinaties van beide voor.

Een paar opschriften waren redelijk standaard: geheel links het wagengewicht, vermeld als “Gew: …… K.G.” met eronder het draagvermogen. Hiervoor werden nogal wat soorten afkorting gebruikt zoals “Draagvermogen …… K.G.”, “DRAAGV:…. K.G.” of nog korter: “Dv: …. K.G.”

In het midden stond steeds “HSM” en het wagennummer. Geheel rechts stond de laatste revisie datum vermeld als bijvoorbeeld “REV: 12/3 1890”. Verder kwam op het onderstel ergens een vermelding voor over het bodem oppervlak: “Bodemvlak: …. M2 “. Meestal was dit rechts van het wagennummer. Als de wagen automatisch remwerk had dan stond dit meestal rechts tussen het bodemvlak en revisiedatum in, b.v. “Westinghouse Snelrem”, al dan niet in hoofdletters. Schroefremwerk werd niet vermeld. De radstand stond tot ca 1890 helemaal niet vermeld maar werd daarna links van het wagennummer aangebracht. Het kwam echter ook voor dat deze rechts op de stelbalk stond onder de revisiedatum. Indien de wagen losse delen had als rongen, losse kopschotten enz. dan stond dit ook ergens op de stelbalk vermeld. Bij wagens met draaistellen werd ook rechts van het nummer de radstand over de buitenste assen vermeld als “RADSTAND EINDASSEN …. M”.

Rond 1893 werd voortaan ter identificatie op alle wagens een telegrafische benamingen aangebracht. De benaming bestond uit losse letters die wat zeiden wat over het type wagen en inhoud / laadvermogen b.v. CHK, CHD, BCH etc. Men plaatste deze benaming in 80mm hoge letters geheel rechts op de wagenbak, iets van de onderzijde.

Tegelijk verschijnt op alle wagens op een plank boven de telegrafische benaming het draagvermogen als “DRAAGV. 10T” enz. in 35mm hoge letters. Kort daarop is dit gewijzigd en verviel de tekst “DRAAGV.”.  Bij wagens met een draagvermogen van 10 ton werd dit vermeld as “10T”, bij een ander draagvermogens werd dit in een zogenaamd “tonmerk” geplaatst. Het tonmerk bestond uit een figuur met een getal voor het draagvermogen erin. Bij 12 tons wagens was dit een piramidevorm met “12T” erin, bij 15 tons wagen een halfronde cirkel met “15T” erin. Het tonmerk werd recht boven de telegrafische benaming geplaatst.

Een afwijkende volgorde die ook voorkwam was bijvoorbeeld het draagvermogen met daaronder de indienststelling links met daarna “Gewicht Wagen …. K.G., Gewicht Assen …. K.G., Totaal Gewicht …. K.G.”. Alle gewichten stonden daarbij onder elkaar waarna weer het nummer en revisiedatum volgde. Er waren nog tientallen andere varianten mogelijk blijkt uit tekeningen en foto’s. Over het algemeen stonden in ieder geval de hoofdgegevens van de wagen erop vermeld die van belang waren voor de wagenmeester.

Opschriften op de bak na 1906:

Vanaf 1906 werden een nieuwe indeling en lettertype toegepast. Dit lettertype was nagenoeg gelijk aan wat later bij de NS als standaard aangehouden zou worden. De schaduw van de letters verviel hierbij, de kleur bleef oranje. Bij veel particuliere wagens en alle witte koelwagens werden de oranje opschriften op de bak in zwart uitgevoerd.

 

De plaats van de opschriften werd ook gestandariseerd en gelijk aan wat later ook bij de NS toegepast zou worden. De nieuwe indeling was gebaseerd op het resultaat van overleg tussen de diverse maatschappijen over welke gegevens wel en niet op een wagen vermeld diende worden, vooral vanwege onderling medegebruik van de wagens.  De meeste afwijkingen kwamen weer voor bij het particuliere materieel waar nu niet altijd plaats voor deze opschriften overbleef door de aanwezige particuliere opschriften. Soms werd de oude indeling gehandhaafd maar werden nieuwe toegevoegde opschriften er ergens op de wagen bijgeplaatst zoals de telegrafische benaming, draagvermogen etc.

Bij de gesloten wagens hield de nieuwe indeling het volgende in: geheel links op de bak kwamen onder elkaar de tekst “HOLLAND, HSM, [nummer]” (alle 135mm hoog) en daaronder het draagvermogen of tonmerk (zie vorige opschriften). Naast het draagvermogen (of tonmerk) stond de telegrafische benaming, ca 80mm hoog. Hieronder kwamen twee regels tekst met “ALLEEN VOOR PLAKBRIEFJES” en “NUR FUR UBERGANGSZETTEL”, beide 35mm hoog in wit. Ook hierop kwamen afwijkingen voor, b.v. eerst HSM en daaronder Holland etc. Onder deze tekst werd een zwart vlak geschilderd of ijzeren bord aangebracht waarop koersbriefjes geplakt konden worden.

In het tweede “vak” (indien aanwezig) stonden onderaan de wagengegevens onder elkaar: “RADSTAND … M, DRAAGVERMOGEN …… KG, GEWICHT …… KG” en soms “BODEM … M2”, “SCHUIFASSEN”, “VEREINSLENKACHSEN”.

Afwijken op de bovenstaande volgorde kwamen eigenlijk enkel voor op particulier materieel en oud materieel wat de nieuwe opschriften kreeg maar waarvoor geen specifieke opschriftentekening aanwezig was.

Vanaf ca 1912 werd het tonmerk op de wagen voortaan vergroot. Eerst was het passend voor één plank, nu werd het geheel ca anderhalve plank hoog. De “piramide” voor de 12 tons wagens werd tevens wat langgerekter als voorheen. De letterhoogte van de kleine opschriften bleef 35mm maar de grote opschriften “HSM”, “HOLLAND” en wagennummer werden voortaan 100mm hoog, exact even hoog als later bij NS aangehouden zou worden.

Op het onderstel stond voortaan geheel links “DRAAGVERMOGEN …. K.G.” met eronder “GEWICHT …… K.G.”. In het midden stond weer HSM en het wagennummer, daarna kwam de tekst “BODEMVLAK……. M2”. Losse onderdelen zoals kop- en zijwanden, rongen etc. werden daaronder benoemd. Geheel rechts stond weer “REV …. / …. 19…”

Al deze opschriften waren wit behalve HSM en het wagennummer dat oranje was. Alle opschriften waren zonder schaduw uitgevoerd. Het lettertype van de witte teksten week soms af van de rest van de bak en was ongeveer 45mm hoog. Afwijkingen waren er weer tientallen, ook hierbij werden in ieder geval de hoofdgegevens van de wagen erop vermeld.

Een aardige notitie uit een HSM bestek voor gesloten wagens met 15 ton draagvermogen uit 1915:

“De volgende monsters zullen worden verstrekt: Een plankje als van den zywand of kopwand, beschilderd aan ééne zyde als voor de buitenwanden, aan de andere zyde als voor de binnenwanden voorgeschreven, en voorzien van een opschrift in de te gebruiken oranjekleur”, gevolgd door diverse voorbeeld onderdelen als sluitseinijzers, luchtkoppeling, stukje daklinnen etc. die voor de bouw als werden toegestuurd en nagemaakt diende te worden.."

Opschriften bij NS:

Bij NS werd na 1923 al het goederenmaterieel voortaan donkergrijs geschilderd en van geheel witte opschriften voorzien. Diverse wagens kregen eerst echter enkel een NS nummer waar voorheen het oude nummer stond met daarnaast in kleine letters nog een tijdlang het oude nummer. Gezien de levensduur van de verf uit die tijd zullen er nog vele bruine HSM wagens dienst hebben gedaan tot uiterlijk 1930.

De opschriften bij NS waren nagenoeg gelijk aan de HSM waarbij voortaan “NEDERLAND”, “NS” en nieuw wagennummer onder elkaar werden gezet. De wagengegevens bleven op dezelfde plaats staan en ook aan de opschriften op de stelbalken wijzigde niet veel.

Pas in de jaren vijftig wijzigde men weer e.e.a. aan opschriften. Voortaan werden meer tekens toegepast in het kader van internationaal verkeer. Deze tekens waren bij al het RIV materieel (toegelaten voor grensoverschrijdend verkeer) gelijk in binnen en buitenland. Zie de tekeningen voor deze opschriften.

Bij de invoering van de Europ wagenpool werd wederom iets aan de opschriften gewijzigd, nu kwam om de letters NS en wagennummer een kader met de tekst “EUROP”. Ook op het overige NS goederenmaterieel verviel tegelijk het opschrift “Nederland”. Na al die jaren vond men dat NS ook in het buitenland wel een begrip was en de extra vermelding van het land van herkomst niet langer noodzakelijk was. De meeste wagens die in de Europ wagenpool terecht kwamen (CHD’s en groentewagens) werden daarbij tevens in de nieuwe roodbruine kleur geschilderd die voortaan voor al het goederenmaterieel zou gelden. Overige wagens bleven nog lang grijs.

Bij de bouwsets worden diverse aanzichten met alle varianten van opschriften geleverd.

 
Copyright © 2012 MK Modelbouwstudio's
Laatst bijgewerkt: 20 januari 2012