|
| Gesloten-, groente- en veewagensMessing modellen HSM goederenwagensHet origineel:We
hebben diverse modellen van de verschillende HSM gesloten wagens in het
programma. Deze modellen zijn in vele varianten op te bouwen. De
constructie was bij al deze wagens gelijk; een ijzeren frame en hoofdconstructie
van de wagenbak met een wandvulling van planken, al dan niet voorzien van
ventilatie roosters. De maatvoering van onderdelen als handgrepen, U profielen,
sluitingen, aspotten etc. was door de HSM al in een vroeg stadium
gestandariseerd in een speciaal album. Desondanks werden er in de loop der tijd
toch kleine en soms ingrijpende aanpassingen gedaan aan het bestaande ontwerp.
Het meeste hiervan vind echter pas tegen 1912 plaats. Tot die tijd zijn deze
wagens zowel wat constructie als hoofdafmetingen betreft, alle nagenoeg gelijk. Wegens hun gebruiksdoelen waren er toch wel
verschillen in “accessoires”. Hieronder vielen o.a. remhuisjes, automatisch
remwerk, lange of korte treeplanken, stoomleidingen, luchtleidingen enz. Hierin
werd in de loop der jaren ook nog wat gewijzigd zodat het nagenoeg ondoenlijk is
geworden een compleet overzicht van alle wagens te krijgen. De deelseries zoals de bij NS in het park
werden opgenomen staan vermeld in een bijgesloten tabel. Hieruit kunt u opmaken
wat de diverse series wel en niet kenden. Wijzigingen en vernummeringen die na
1930 plaatsvonden zijn hierin niet opgenomen. De hoeveelheid archiefwerk om de
complete levensloop van al deze duizenden wagens geordend te krijgen zou teveel
tijd kosten en uiteindelijk waarschijnlijk nog niet geheel sluitend zijn. De
hoofdseries met hun kenmerken staan echter alle vermeld. In de volgende tekst vind u informatie over alle wijzigingen en variaties in deze series goederenwagens Ter voorbereiding:Alle bouwsets bevatten voldoende onderdelen voor meerdere varianten zoals lange- en korte treeplanken enz. (zie verderop). U dient enkel de "basis" te kiezen:
Voordat u met de daadwerkelijke bouw van uw
model begint dient u een keuze te maken uit welke uitvoering wilt bouwen.
Daarbij dient u ook een tijdperk voor uw model te bepalen. Tijdens de bouw komt
u diverse opties waarbij u tevoren met bepaalde zaken rekening dient te houden
zoals gaatjes doorboren voor handgrepen. Buiten deze keuze heeft u nog de optie om
één van de diverse wagens met bijzondere kenmerken te bouwen zoals een serie
met houten bufferbalken en een paar series die zijn gebouwd met lage sluitsein
ijzers voor gebruik uitsluitend op de eigen HSM lijnen. Zie hiervoor de tabellen.
Bij dergelijke wagens zult u soms zelf enige aanpassingen moeten doen. Op de bijgeleverde tekeningen vind u enkele
aanzichten van wagens door de tijd. Uw exacte uitvoering bepaald u zelf aan de
hand van de onderstaande gegevens. Uit het volgende waarin de wagens per
onderdeel behandeld worden blijkt tevens de doorloop in de wagenbouw van de HSM
door de jaren heen. Maak een notitie blad voor uzelf waarin u uw keuzes noteert! Lange treeplanken:
Bijna elke bouwset is met korte of lange
treeplanken te bouwen. De wagens met lange treeplanken waren oorspronkelijk
geschikt voor dienst in personentreinen, de overige enkel in goederentreinen.
Bij de HSM kregen veel van de wagens met lange treeplanken daarom midden op de
deur het opschrift “sneltreinwagen”. Bij de fusie met de SS kwam dit te
vervallen. De wagens met lange treeplanken waren
nagenoeg allemaal van Westinghouse remwerk en stoomleiding voorzien. Via de
lange treeplanken kon de conducteur in een personentrein de wagen passeren aan
de buitenzijde terwijl de trein reed. In de praktijk gebeurde dit al ruime tijd
niet meer zodat NS in 1925 besloot dat deze treeplanken alle afgenomen konden
worden bij het meeste commerciële goederenmaterieel. Daaronder vielen ook de
ex. HSM gesloten wagens, veewagens en groentewagens. Ondanks dat de opdracht in
1925 kwam zou het nog lang duren voor deze daadwerkelijk bij alle wagens waren
afgenomen. Aan de buitenzijde vervielen tegelijk met het
inkorten van de treeplanken ook de extra handgrepen zodat ze uiterlijk gelijk
werden aan de overige wagens. Wel bleef het Westinghouse remwerk aanwezig zodat
men ook later nog deze wagens kon herkennen. Korte treeplanken:
De wagens met korte treeplanken deden enkel
dienst in goederentreinen. Ze waren oorspronkelijk alle onberemd of slechts
voorzien van een schroefrem (wagens met remhuis). De oudste wagens met
schroefrem hadden slechts aan één zijde van elke as remblokken. Handgrepen op de zijwand:
Wat handgrepen betreft is er nogal wat
variatie geweest. Houd hierbij het volgende principe aan:
Korte
treeplanken (ook als de lange treeplanken zijn afgenomen):
Voor de verschillen in plaatsing van de
handgrepen kijkt u op de aanzicht tekeningen ter indicatie. Rangeertreden:
Vanaf begin jaren ’30 bracht men bij de
wagens met korte treeplanken voortaan op alle hoeken rangeertreden aan. Op deze
kleine treden kon de rangeerder gaan staan bij geduwd rangeren om te kijken of
alles veilig was. Wagens met lange treeplanken kregen deze treden ook zodra de
treeplanken werden ingekort. Remhuisjes:
De HSM kende een aantal verschillende types
remhuis. De oudste types waren niet van deur voorzien en nog geheel van hout.
Aan de voorzijde hadden ze een mooie gebogen houten stijl die het remhuis een
sierlijke vorm gaf. Al kort daarop volgde een meer toegepast type open remhuis
waarbij de draagconstructie inmiddels van metaal was zoals de rest van de wagen.
Daarop volgend werden vanaf 1900 voortaan enkel geheel gesloten remhuizen
toegepast met een deur en trapje aan één zijde. De vorm was nog grotendeels
gelijk aan de open remhuisjes. In dit type kwamen twee versies voor. De oudste
had een relatief groot raam zoals de open remhuisjes, het latere slechts een
klein raam. Als laatste type bouwde de HSM vanaf 1912 voortaan een volledig
rechthoekig remhuis. De remmer zat nu met zijn zitting niet langer direct in
contact met de buitenkant van het remhuis. Dit type werd voortaan toegepast op
de nieuwe wagens die een zwaarder geconstrueerde bak met boller dak kregen. NS begon met het afnemen van de oudste open
remhuisjes in 1929. Vanaf 1940 begint men ook de gesloten remhuisjes af te
nemen, samen met het bijbehorende schroefremwerk (niet eventueel Westinghouse of
KKG remwerk). Slechts een klein bordes bleef over. De remhuisjes bleven echter
op veel wagens tot in de jaren vijftig nog aanwezig. Bouwset:
Er waren ook enkele kleine onderlinge
verschillen bij enkele deelseries in vorm van deurbetimmering, raamgrootte etc.
maar dit de bovenstaande types waren het meest toegepast. Remwerk:
Zoals aangegeven hadden wagens met lange
treeplanken meestal een Westinghouse rem. Dit houd in dat alle wielen aan beide
zijdes geremd werden met een remblok. Bij wagens met schroefrem was de HSM
zuiniger. Bij bijna alle wagens die slechts een schroefrem hadden werkte de
remblokken steeds maar aan één kant van het wiel (per wiel 1 remblok). Bij
wagens met open remhuis was dit steeds vanuit het midden van de wagen gezien de
binnenzijde van de wielen, bij de overige wagens was het steeds aan de zijde van
het wiel richting de vlakke kopwand (zie tekeningen). Bij NS kregen de meest moderne wagens alsnog
automatisch remwerk, dit keer systeem Kunze Knorr Goederen (KKG). Men begon met
het aanbrengen hiervan in 1928 bij wagens zonder remwerk en met schroefrem.
Echter in 1930 besloot men deze alweer bij een deel van deze wagens af te nemen.
Veel wagens zullen in de praktijk dan ook nooit deze rem hebben gekregen ook al
staat het wel als zodanig vermeld in de tabel. Diverse wagens waren ook voorzien van een
valrem. Deze diende enkel als parkeerrem op emplacementen om te voorkomen dat de
wagen wegrolde. Bij NS werden deze vanaf 1930 afgenomen. Wagenbak:
De HSM kende twee types wagenbak in alle
jaren dat ze deze standaardtypes werden gebouwd. De eerste versie was voorzien
van diagonale schoren in de zijwanden en kopwanden. Dit type werd vanaf 1879 tot
1912 doorgebouwd. Na 1912 heeft men het ontwerp van de wagenbak
verzwaard. De sterkte van de bak is niet langer afhankelijk van de schoren maar
van opgeklonken driehoekige platen in de hoeken. Het dak was wat boller geworden
zodat het laadvolume iets toenam. Dit werd bij alle varianten die na 1912 zijn
gebouwd toegepast, zelfs bij de bagagewagens die ook op de standaard HSM
goederenwagenbouw waren gebaseerd. Bij NS werden vanaf de jaren dertig veel van
de oude wagenbakken gewijzigd waarbij de schoren werden afgenomen hoekstukken
werden aangebracht. De dakronding werd niet aangepast. Vanaf de jaren vijftig werd bij de veel
wagens de bak verstevigd door diagonaal geplaatste U profielen. Deze werden in
de onderhoeken op de zijwand aangebracht naast de deur en op de einden. Deze
versteviging was noodzakelijk doordat steeds meer geheuveld werd waarbij de
wagens soms behoorlijk hard op elkaar liepen na het afstoten. Bouwset: Dichtzetten ventilatieopeningen bij
veewagens:
Vanaf ca 1937 werden bij NS bij diverse
veewagens (ca 150 stuks) de ventilatie openingen en urineopeningen aan de
onderzijde dichtgezet. Daarmee waren ze uiterlijk nagenoeg gelijk geworden aan
de standaard gesloten wagens. Het dichtzetten gebeurde zeer nauwkeurig met
planken die in de openingen werden geklemd zonder verdere bevestiging. Bij een
oude HSM veewagen die de SGB in 2004 heeft verworven waren deze openingen nog
dichtgezet zodat op enige afstand de wagen niet als veewagen was te herkennen.
Pas in de wagen zelf bleek dat de openingen waren dichtgezet. Alle nummers die
bij de veewagens worden geleverd zijn van wagens waarvan de openingen niet zijn
dichtgezet. Deuren:
Ook hierbij bleef men zeer lang trouw aan
haar standaard type. De deuren waren opgebouwd uit een ijzeren frame met houten
planken. Aan één zijde van de deur zat oorspronkelijk onderaan één handgreep
om de deur open te trekken. Bij wagens met lange treeplanken waren dit al bij de
bouw twee handgrepen boven elkaar. Rond de eeuwwisseling werd bij alle wagens
alsnog een tweede hoger gelegen handgreep aangebracht. Vanaf 1916 wijzigt men de rollen waar de deur
op loopt. De wieltjes hiervoor zaten oorspronkelijk onder de deur en ze liepen
op een ijzeren I profiel. Nu werden de wieltjes voortaan naast de deur geplaatst
en enkele jaren later werd het I profiel door een platte strip vervangen. Ook brengt men vanaf 1916 voortaan een
horizontale platte ijzeren strip op de deur aan ter hoogte van de deursluiting.
Hiermee wordt het frame van de deur beter bijeengehouden bij hard remmen in de
looprichting van de deur. Ook veel van de oudere deuren worden bij grote
revisies van deze strip voorzien. Vanaf begin jaren ’30 past NS de deuren
nogmaals aan. Nu wordt er midden op de deur een verticale T strip aangebracht.
Ook nu weer voor meer verband in de deur. De horizontale strip loopt voortaan
nog maar tot dit profiel waaraan het wordt vastgelast. Ook hierbij geld dat lang
niet alle wagens in de praktijk deze wijziging hebben gekend. Bouwset: Aspotten en balansijzers:
Alle wagens met lange treeplanken kregen al
bij de bouw AgIIa glijlageraspotten. Deze waren nagenoeg identiek aan wat later
bekend zou worden als NS W1 aspotten. Uiterlijk was op de initialen op de
zijkant na, geen verschil (herkenbaar als vrij vierkante aspot met een schuin
deksel aan de voorzijde). De overige wagens kregen bij bouw het standaard HSM
model goederenwagen aspot met bovenop een bakje voor de smeerolie (herkenbaar
als langwerpig model met ronde onderkant en “blokje” bovenop). Alle wagens kregen tot 1913 open
balansijzers. Vanaf 1913 werden enkel wagens met geperste dichte balansijzers (scheenplaten)
gebouwd. Veel van de wagen met open balansen werden bij NS alsnog van geperste
dichte exemplaren voorzien. Daarbij kregen ze meteen standaard NS W1 glijlager
aspotten. Diverse wagens die tot in de jaren zestig dienst deden kregen later
alsnog rollager aspotten. Wielen:
De wagens gebouwd van 1879 tot 1882 kregen
spaakwielen, alle overige wagens kregen schijfwielen. Slechts een klein aantal
had in de jaren ’30 nog de oorspronkelijke spaakwielen, meestal waren ze
inmiddels uitgewisseld met schijfwielen. Vergrootte radstand:
Diverse series van het oude type (zowel
gesloten- als veewagens) worden in 1936 aangemerkt om een grotere radstand te
krijgen, namelijk 5 in plaats van 4 meter. Er wordt daarbij wel opgemerkt dat
dit enkel dient te gebeuren als het onderstel aan een grote herstelling toe is.
Daarbij worden tevens de open balansijzers door geperste exemplaren vervangen en
krijgen de wagens die dit nog niet hebben, w1 aspotten. In de praktijk hebben
lang niet alle wagens uit de betreffende series deze wijziging ondergaan. Ladder op de kopwand:
Vanaf 1912 brengt men bij bijna alle oude
gesloten wagens een ladder tegen de kopwand aan. Enkel de wagens met lange
treeplanken en de veewagens krijgen deze trap niet. Alle nieuwbouw wagens, al
dan niet met lange treeplanken, krijgen deze ladder voortaan vanaf de bouw. In
1926 komt deze ladder weer te vervallen, tegelijk met het lager plaatsen van de
sluitseinijzers. Sluitseinijzers:
Deze waren oorspronkelijk op bijna alle
wagens hoog aangebracht. Enkel de eerste exemplaren kregen lage sluitseinijzers
bij de bouw (zie tabel). Bij wagens met open remhuisjes werden deze ijzers
rondom op de hoeken aangebracht. Bij wagens met gesloten remhuisjes waren tegen
de zijkant van het remhuis, net boven het dak, ijzers aangebracht en op de
tegenoverliggende kopwand weer gewoon op de buitenste hoeken. Bij NS werden ze i.v.m. de elektrificatie
verlaagd vanaf 1926 waarbij ook alle trappen en ladders op de kopwanden
vervielen. Draagvermogen:
Oorspronkelijk waren zo goed als alle
standaard HSM wagens gebouwd voor 12 ton laadvermogen. Enkel de serie
drie-assers was geschikt voor 15 ton. Bij NS werden vanaf 1926 op veel series
voortaan zwaardere veerpakketten aangebracht waardoor het laadvermogen op 15 ton
kon worden gebracht. De oudere wagens en enkele beperkte uitzonderingen werden
bij NS ingedeeld bij de 10 tons wagens. Men kende geen gesloten wagens bij NS
met 12 ton draagvermogen, slechts 10, 15, 17.5 en 20 ton. Maximum snelheidOorspronkelijk waren alle wagens met de
standaard goederenwagen aspotten geschikt voor vervoer in goederentreinen met
60km/u. Wagens met AgII (NS W1) aspotten waren geschikt voor snelheden tot 75
km/u wat bij NS begin jaren ’30 werd gewijzigd naar 80 km/u. Op de kop werd
bij NS daarvoor een zogenaamd “kilometermerk” aangebracht (zie foto)
|
Copyright © 2012
MK Modelbouwstudio's
|