|






















| |
Voorbeelden van treinsamenstellingen voor coupérijtuigen.
De onderstaande tabel met treinsamenstellingen voor twee- en drieassers zijn
gebaseerd op regelmatig voorkomende samenstellingen. Treinen bestaande uit
vierassige rijtuigen zijn buiten beschouwing gelaten. De houten tweeassers deden
na 1910 voornamelijk dienst in korte stoptreinen en lange militaire
(verlofgangers) treinen etc. Sneltrein dienst was voor deze rijtuigen al sinds
1890 voorbij. Vanaf 1930 werden de meeste tweeassers buiten dienst gesteld
waarbij hun plaats werd ingenomen door de oudere drieassers.
De drieassige coupé rijtuigen van na 1900 bleven nog wel tot in de jaren
dertig voorkomen in sneltreinen, oudere rijtuigen werden ook vaak alleen in
stoptreinen, forenzentreinen en verlofgangers treinen ingezet. Na 1935 werden
veel rijtuigen buiten dienst gesteld omdat ze overcompleet waren.
Veel van de oude houten D-trein rijtuigen hadden hun plaats
voor de binnenlandse dienst overgenomen. Deze houten rijtuigen waren op
hun beurt midden jaren dertig uit de internationale dienst gegaan om te worden
vervangen door nieuwe moderne stalen rijtuigen zoals de bekende Ovalen ramers.
Alleen de grotere series derde klasse rijtuigen uit 1905 en later bleven vaak
tot na 1945 in dienst. Een behoorlijk aantal drieassige derde klasse rijtuigen
deed na de oorlog nog enige tijd dienst als nood bagagewagen.
Bagagewagens:
Tot 1958 reed in ELKE trein een bagagewagen mee met ruimte voor de conducteur.
De bagagewagens werd nagenoeg altijd direct achter de loc geplaatst bij houten
materieel. Dit omdat het niet toegestaan was een houten rijtuig met personen
direct achter de loc te plaatsen. Indien u op b.v. foto's toch een houten
personenrijtuig achter de loc treft betreft dit altijd een afgesloten rijtuig
zonder passagiers. In veel sneltreinen reden ook extra bagagewagens,
snelgoederenwagens en / of postrijtuigen mee.
|
Sneltreinen SS 1880
|
Sneltreinen
SS 1900-1910
|
Stoptreinen:
|
|
NBDS
1900-1910
|
SS 1900-1920
|
NS 1925-1935
|
|
1x loc
1x D (2as)
1x AB (2as)
2x C (2as)
Soms van meer C rijtuigen voorzien en
minimaal 1 wagen met remstoel of remhuis
|
1x loc
1x D (3/2as)
1x L (post, 3as)
1x A (3as)
2x B (3as)
4x C (3as)
Eventueel uit te breiden met 1x AB en 2x C
of veelvouden hiervan
|
1x loc
1x E (2 as)
1x AB (2as)
1x C (2as)
1x CD (2as)
1x D (2as)
1x L (2as)
Let op:
D = 4e klasse
E = bagage
|
1x loc
1x D (2 as)
1x AB (2/3as)
3x C (2as)
Zeer korte stoptreinen bestonden uit enkel 2x of 3x een C, (eventueel een BC)
en altijd een bagagewagen
|
1x loc
1x D (3as)
1x AB (3as)
2x C (2/3as)
1x loc
2x D (3as)
2x AB (3as)
6x C (3as)
1x P (2/3as)
1x loc
1x D (2 of 3as)
2x C (2as)
|
1x loc
1x A (3as)
2x B (3as)
4x C (3as)
1x D (3as)
1x loc
1x AB (3as)
1x C (3as)
1x loc met tientallen 2 en 3assige C
rijtuigen (forenzen of verlofgangers treinen) en een enkele AB.
|
Opmerkingen:
Verklaring namen in de tabel op de pagina hierboven:
A = 1e klasse, bijv. art. m-200
AB = gemengd 1e en 2e klasse, bijv. art. nr m-205, 225 etc.
B = 2e klasse, bijv. art. m-201
BC = gemengd 2e en 3e klasse rijtuig, bijv. art. m-205
C = 3e klasse rijtuig, bijv. art. m-205, m-210-214, m-218
D = Bagagewagen, bijv. art. m-220, m-250 etc.
E = Bagagewagen bij de NBDS, D was bij de NBDS voor de 4e klasse rijtuigen in gebruik
P (tot 1921 was de benaming "L" bij de SS en NBDS) = postrijtuig, b.v. art. 215
Bruikbare locomotieven zijn o.a. de (uitverkochte) NS 1300, NS 1200 (2008) en de NS 1000 (va 2006) in alle voorbeelden.
-
Een normale verhouding in klassen van coupés was: 1/6 A's, 2/6 B's 3/6 C's, probeer uw “normale” treinen hiernaar samen te stellen.
-
Treinen met veel forenzen vervoer kende een relatief hoger aantal derde klasse rijtuigen.
-
Veel verlofgangers treinen tot 1935 bestonden uit vele tientallen oude twee en drieassers, meestal alleen 3e klasse rijtuigen. Soms reden er echter ook AB's, B etc. in mee t.b.v. officieren etc.
-
Veel van de genoemde treinsamenstellingen kwamen ook in "dubbele" uitvoering voor. Dubbel geld dan voor de genoemde aantallen personenrijtuigen, niet altijd voor de bagagewagens enz. Het kom wel voorkomen dat zich twee bagagewagens in een trein bevonden, bv. midden in de trein nog een bagagewagen. Dit waren dan treinen die gecombineerd waren uit twee kortere treinen tot één trein.
Combinaties van twee- en drieassig materieel kwamen redelijk vaak voor, evenals combinaties drie- en vierassers. Vooral de tweeassige derde klasse rijtuigen reden in treinen waarin ook drieassige AB's voorkwamen. Twee tweeassige C's staan dan ongeveer gelijk aan 1 drieassige C.
-
De rijtuigsets bevatten steeds één compleet treindeel zoals deze in werkelijkheid dienst hebben gedaan. U kunt deze sets naar eigen wens weer aanvullen met combinaties AB's en C's.
-
Elke trein dient te zijn voorzien van een bagagewagen (ook alle goederentreinen).
-
In een aantal goederentreinen werd er één rijtuig voor personenvervoer opgenomen. Meestal betrof dit een enkel 3e klasse rijtuig. Deze treinen stopten dan op elk station, ondanks dat ze soms ruim 30 wagens lang waren...
|